Een goede trap is mooi en veilig

Rekenen
Een trap oplopen kost moeite? Minder moeite kost het als hij goed ontworpen is. Bij een trap maken komt immers naast ambachtelijke vaardigheid ook een portie wiskunde en meetkunde kijken. De afmetingen van de verschillende onderdelen van de trap worden niet willekeurig gekozen maar berekend in functie van comfort en veiligheid.
Een goede keuze van optrede en aantrede (zie veel gebruikte maten van een trap) bevordert de beloopbaarheid van de trap, wat het risico op vallen, vooral bij het naar beneden lopen, sterk beperkt. Een voldoende grote aantrede moet een goed steunvlak voor de voet bieden en voorkomt uitglijden over de neus van de trap. Daarnaast spelen nog andere factoren een belangrijke rol.
Stapmodulus 
Een volwassen persoon van gemiddelde lengte neemt, op een vlak oppervlak, passen van ongeveer 57 tot 63 centimeter. Op een helling worden die passen kleiner, naargelang de helling steiler is. En op een ladder, waarbij je bijna verticaal stijgt, is de paslengte praktisch nul.
Dit principe gebruikt men bij de berekening van de ideale verhouding tussen de optrede O (het hoogteverschil tussen twee treden) en de aantrede A (de horizontale afstand tussen twee opeenvolgende stootborden). Volgens de geijkte formule is de stapmodulus gelijk aan tweemaal de optrede + eenmaal de aantrede
(2 O + A). Opdat de verhouding tussen de stijging en de vooruitgang ideaal zou zijn, moet die som dus tussen 57 en 63 cm liggen.
Wanneer de optrede bijvoorbeeld 18 cm is, is 2 O gelijk aan 36 cm, en moet de aantrede dus tussen 21 en 27 cm zijn.
Bij deze formule horen wel enkele aanbevelingen voor het comfort. Die zeggen dat een aantrede niet korter mag zijn dan 20 cm en dat een optrede het best tussen 15 en 18 cm hoog is. Uiteraard gaat het hier om ideale waarden waarvan je soms kan afwijken, bijvoorbeeld voor trappen die naar de zolder, of de kelder gaan. Dat zal ook vaak het geval zijn bij renovaties waar je, om al te grote verbouwingen te vermijden, de trap soms plaatst waar je kan, niet waar hij idealiter zou moeten komen.
Traphelling en klimlijn
De traphelling of stijgingsverhouding bepaalt de helling van de trap op de looplijn. Ze is afhankelijk van de optrede en de aantrede. De klimlijn is de lijn waarlangs de traphelling wordt gemeten. Een normale trap heeft een hellingshoek die varieert tussen de 20 en 45°.
Traplengte
Dit is de horizontale ruimte die de trap inneemt eens hij geplaatst is. De traplengte wordt in technische termen ook sprong genoemd.
Vrije hoogte
De vrije hoogte is de minimumhoogte tussen de bovenzijde van de trede en de onderzijde van het bovenliggend plafond, verticaal gemeten. Deze moet minstens 2 m à 2,10 m bedragen, gemeten op de neus van de trede. Deze vrije hoogte bepaalt de lengte van het trapgat.
Leuningen en balustrades
Een trap is meestal aan ten minste één zijde afgeschermd met een trapleuning of balustrade. De minimale hoogte van deze bescherming bedraagt in theorie 75 à 85 cm. Een handig hulpmiddeltje is om voor de trap te gaan staan de leuning moet dan beginnen op heup hoogte. Op de eigenlijke trap een 100 cm op de overloop of op andere horizontale plaatsen. Nadeel is dat verschillende hoogtes aanleiding kunnen geven tot esthetische problemen. Op plaatsen waar er val gevaar van meer dan 6 m hoogte bestaat, moet de hoogte van de borstwering 120 cm bedragen.